Activiteiten

A. PROJECT BETH HATIKVAH:

Eén van de doelstellingen van Beth HaTikvah is om van de maandelijkse giften een bedrag te gebruiken voor hulp in Israël. Gekozen is voor Thuiszorg onder Holocaustoverlevenden. Corrie van Maanen woont en werkt 30 jaar in Israël als verpleegkundige met sterke nadruk op maatschappelijk werk. Zij werkt hoofdzakelijk onder Russisch sprekende Shoa-overlevenden; oude mensen dus voornamelijk, maar ook kinderen van Shoa-overlevenden zijn vaak op hulp aangewezen.

Gelukkig is er in Israël veel aandacht voor ook deze groep mensen, maar ontbreken voldoende hulpverleners en ook financiën. Corrie werkt via de Near East Ministry (NEM) bij de Internationale Christelijke Ambassade in Jeruzalem.

Afgelopen weken zijn er weer 80 pakketjes bezorgd bij shoa-overlevenden voor Rosh HaShana. Wat een zegen!

Zij schrijft uit Jeruzalem:

In de lift weet ik al waar ik zijn moet. Op de knop van etage nummer vijf zit een fel gele sticker. Toen het licht in de ogen van Zelek minder werd, kon hij door de sticker ‘zijn’ etage vinden. Zo is het ook in zijn eenvoudig gemeubileerde woning. Geen vernieuwingen, geen verplaatsingen. Op de tast en al schuifelend vindt hij zijn weg in zijn huis. Wanneer wij binnenkomen draait zijn hoofd naar waar het geluid vandaan komt. “Hoe gaat het met u?”, wordt somber beantwoord met het feit dat hij bijna blind is. Het bezoek bij de dokter heeft er niets aan toegevoegd. ‘Alles is goed’ had hij Zelek willen verzekeren. “Alles is goed betekent dat ik niet meer zien kan en beter wordt het niet.” Ondanks het kwetsbare is hij sterk, wil hij leven en is dankbaar voor iedere dag die hij ontvangt.
Van zijn kleine pensioen kan hij nauwelijks rondkomen, wekelijks breng ik hem een tas vol kruideniers waren. Ik laat hem alles ‘zien’ door het in zijn handen te geven en te laten voelen. “We kunnen dit doen door trouwe gevers”, zeg ik hem. “Het is zo’n klein gebaar” vertel ik hem. Zijn hoofd gaat omhoog, “Zeg dat niet. Toen ik nog een jonge jongen was en ons in Rusland de vrijheid ontnomen werd,  de synagoge ondergronds ging en wij  in het geheim samen kwamen, om met elkaar onze gebeden te zeggen, brachten we dagelijks 10 kapeka mee, dat was onze dagelijkse gave. Wij waren niet rijk, dagelijks 10 kapeka is wat we brachten. Aan het einde van het jaar werd het busje met kapeka’s geteld, na een jaar was het gegroeid tot een mooi bedragje en dat werd dan weer onder de armen in de gemeenschap verdeeld.”
“Wil je namens mij alle gevers danken en dat de Eeuwige hen zal zegenen?!”
Ik denk na over zijn woorden. Geven, zelfs van het weinige dat je hebt, maakt rijk. Zelek zoekt zichzelf niet, hij vertelt dat de Torah hem leven heeft gegeven. In het kwetsbare van zijn ouderdom deelt hij veel, leeft hij en is hij een mensen-mens.  Zijn voorgeslacht was Torah volger, zijn opa was de Chazan (voorzanger) in de synagoge. Toen hij in Israel kwam en op 70 jarige leeftijd, inmiddels alweer 24 jaar geleden, Aliya maakte, zijn de moeilijkheden hem niet bespaard gebleven. Zelek werkte hard tot hij 82 werd, moeite had hij om niet altijd erkend te worden voor wie hij was omdat je uit Rusland komt. Zijn vrouw overleed na 60 jaar huwelijk, twee kinderen met hun gezinnen wonen buiten Israel. Alleen, zo voelt hij zich vaak, zo alleen. Spijt van deze aliya heeft hij niet, ik heb in Israël vrijheid gevonden.
Onze bezoeken geven hem vreugde, wanneer ik wegga is er altijd weer diezelfde vraag: “Kom je gauw weer, ik wacht op je.”